Eerste resultaten Raden van Kinderen bij pilotgemeenten over armoede

//Eerste resultaten Raden van Kinderen bij pilotgemeenten over armoede

Eerste resultaten Raden van Kinderen bij pilotgemeenten over armoede

Op 15 februari vond in Schiedam de jaarlijkse bestuursbijeenkomst van stedennetwerk G40 plaats. Prinses Laurentien van Oranje sprak er met wethouders over kind-inclusie. De centrale vraag: hoe brengen we dat naar een hoger niveau?

Een Raad van Kinderen naast een Gemeenteraad. Logisch toch? Gemeenten zijn er voor de burgers, dus ook de jongste inwoners. In vijf gemeenten, Breda, Den Haag, Deventer, Groningen en Leiden, vindt daarom op dit moment een pilot plaats: een Raad van Kinderen adviseert het College er over het thema armoede.

Kinderen betrekken

Nieuw is het niet, kinderen betrekken binnen gemeenten. Er wordt al druk geëxperimenteerd met kinderraden, kinderburgemeesters en kinderparlementen. Helaas blijft het in praktijk nog vaak bij een kleinschalig project, en stokt het in de uitvoering van de adviezen van de kinderen. Vaak is zo’n Raad ook niet goed ingebed binnen de gemeente. Wethouder Ten Heul van de gemeente Hengelo noemt een voorbeeld: ‘We hebben aan kinderen gevraagd waar we de extra armoedegelden aan moeten besteden. De antwoorden waren vooral materiële dingen: wat heb je en wat heb je niet? Je hoopt op andere punten zoals preventie, maar die kwamen niet prominent naar voren bij de kinderen! Hoe gaan we daar dan vervolgens mee om?’ Prinses Laurentien antwoordt: ‘Ik ben heel benieuwd naar de formulering naar de hulpvraag. Stel dat dat was: “Mevrouw Klijnsma heeft een bedrag beschikbaar gesteld en hoe moeten we dat besteden?” Dan zit je al vast in een frame.’

Eng

De juiste hulpvraag stellen is zo belangrijk, benadrukt Prinses Laurentien. ‘Veel mensen vinden het ook eng. Want we zeggen dan eigenlijk: ik weet het zelf niet. En we weten niet wat de uitkomst van het onderzoek van de kinderen gaat zijn. Ook eng. Ik hoorde laatst nog een burgmeester over kinderparticipatie zeggen: “Het is zo rommelig en ik weet niet wat eruit komt!” Toch is het proces – ook juist daarom – zo waardevol. Prinses Laurentien tipt: ‘Het is belangrijk om kinderen te empoweren om volkomen vrij te denken. Natuurlijk betekent dat niet dat kinderen altijd gelijk hebben. Maar wat volwassenen moeten doen, is eerst alle inzichten ophalen. En dan tussen de regels door luisteren. Zorg ook dat het advies van kinderen niet vrijblijvend is. Licht dus toe waarom je er wel of niet gehoor aan geeft.’

De juiste vraag

Veel gemeenten hebben er moeite mee, het stellen van de juiste vragen. Of zelfs met het stellen van vragen überhaupt. Wethouder De Jonge uit Almere: ‘Wat u vraagt over kind-inclusie, wordt gevraagd voor heel veel groepen. Zoals ook verstandelijk of visueel beperkten. Dit is een cultuurvraag, meer nog dan een systeemvraag. We maken onvoldoende tijd om in gesprek te gaan met de mensen in de stad.’ Om dit tijdsprobleem te omzeilen, stimuleert wethouder Visser uit Eindhoven haar ambtenaren om in gesprek te gaan met de burgers. ‘Ik merk dat het vaak lastig is. Medewerkers praten liever met medewerkers van bijvoorbeeld zorginstellingen, dan met de patiënten zelf.’

Enquête

Om nog beter inzicht te krijgen in hoe het staat met participatie in gemeenten en de rol van kinderen daarbinnen, is afgesproken om een kleine enquête van tien vragen uit te zetten binnen het netwerk van de G40. Hoe de pilotgemeenten het inmiddels doen? De eerste resultaten zijn in het tussentijdse jaarverslag te lezen. Tijdens de Raad van Kinderen Awardshow op 6 juni maken we de definitieve resultaten bekend.

[/fusion_text][/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]
2018-02-26T11:07:22+00:00